Zoek een rustig plekje voor de oefening en zorg ervoor dat je even niet gestoord wordt.

  1. Ga weer rustig zitten met de voeten plat op de grond
  2. Verander niets aan je ademhaling
  3. Sluit je ogen en voel waar je ademhaling zit, hoog (borstgebied) of laag (buik). Hoge ademhaling duidt vaak op stress of spanning, een lage buikademhaling is veel meer ontspannen.
  4. Probeer nu om naar je buik toe te ademen. Leg je handen op je buik en adem hier naar toe.
  5. Is de oefening zittend lastig, dan kan je hierbij ook gaan liggen en je handen op je buik leggen.
  6. Vind je dit nog lastig kan je ook een boek op je buik leggen en zo te ademen dat het boek omhoog gaat. Blijf wel rustig ademen.
  7. Lukt het niet meteen, blijf dan rustig en accepteer dat het zo is, anders gaat je ademhaling sowieso weer hoog zitten.
  8. Oefen dit regelmatig en niet al te lang achter elkaar. Gaat het liggend goed, probeer dan of je het zittend ook lukt.